Menu Sluit
Praktijkvoorbeeld

‘Mooier kunnen we het echt niet maken’

De ideale verpakking? PaperFoam komt er héél dicht bij. De grondstoffen en fabricage zijn duurzaam, bedrijven kunnen ze exact op maat geleverd krijgen en na gebruik kunnen de verpakkingen – aldus de producent - bij het oud papier of bij het compost worden weggegooid. Er is één maar: PaperFoam wordt in Nederland door de afvalverwerkingsinstallaties niet meer gezien als stroom die rendabel met papier of gft verwerkt zou kunnen worden. Wat kunnen we daaraan doen?

‘Mooier kunnen we het echt niet maken’

Als de PaperFoam-managers Roel Groenveld (eierverpakkingen) en Erwin Fontaine (sales) een paragraaf in het nieuwe regeerakkoord mochten schrijven, dan zou die over ‘meer regie’ gaan. “De organisatie van de afvalketen is nog niet volledig ingericht op het stimuleren van duurzaamheid. Meer regie kan helpen”, stellen zij. “Overal zien we de ontwikkeling naar meer duurzaamheid en meer circulariteit. In verschillende sectoren en op verschillende plaatsen in de keten gaat het harder of zachter. De ene partij is verder dan de andere. Onze klanten lopen in elk geval ver vooruit op de overheid en alle andere partijen die met het verpakkingsdilemma bezig zijn. Wij maken intrinsiek duurzame verpakkingen; ze kunnen zonder schade voor mens en milieu worden geproduceerd én afgedankt. Dat andere partijen hier nog niet mee overweg willen, daar mogen wij toch niet de dupe van zijn? Wij zijn gevalideerd qua papier-recyclebaarheid en composteerbaarheid, ook home.”

Introductie PaperFoam

Dit klinkt alsof PaperFoam zich misschien slachtoffer voelt, maar zo is het niet, want het gaat goed met hun verpakkingen. Ze vinden inmiddels wereldwijd hun weg naar steeds meer markten. Het is zoals zij naar de situatie kijken, waarin hun bijzondere, zelfs unieke, verpakkingen in Nederland in de afvalverbrandingsoven kunnen belanden en níet via het oud papier of compost tot nieuwe grondstof worden gemaakt. De Nederlandse recyclingbedrijven hebben vraagtekens bij PaperFoam in de papier- en GFT-afvalstromen. Zowel de papierverwerkers als de composteerders zeggen dat PaperFoam niet rendabel met ‘hun’ stroom verwerkt kan worden, waarvoor naast economische ook technische of communicatieve argumenten worden gebruikt. “Wij kennen de argumenten, maar ze zijn volgens ons niet onoverkomelijk”, zeggen Groenveld en Fontaine. Daar straks meer over.

Zetmeel als basis

Het product PaperFoam werd in de jaren negentig ontdekt in een onderzoeksproject van Avebe, producent van aardappelzetmeel. Het Groningse bedrijf stapte tussentijds uit het project, dat dankzij investeringen van automatiseringsbedrijf Vertis alsnog vervolgd kon worden. Van de oorspronkelijke bedoeling om hamburger- en fritesbakjes te maken, kwam niks terecht. “Daarvoor bleek het materiaal nog ongeschikt, maar er werden wel toepassingen in tal van andere markten gevonden”, vertelt Groenveld. Dat was voor een aantal Vertis-medewerkers het sein om in 1998 het bedrijf PaperFoam op te richten.

PaperFoam wordt gemaakt uit ‘industrieel’ zetmeel, plus een deel papiervezels, plus een zogeheten pre-mix, waarvan de samenstelling geheim is. Door water aan deze ingrediënten toe te voegen, ontstaat een pasta-achtige substantie, die in een mal wordt gespoten en vervolgens gebakken. Groot voordeel: de mal kan in elke gewenste vorm of formaat worden gemaakt en tot in detail worden afgewerkt. Fontaine: “Er is overigens nog één ingrediënt dat vaak wordt vergeten om te noemen: lucht. Als je onze verpakking breekt, zie je de luchtbelletjes die het materiaal zo licht maken. De enorme vormvrijheid en de eindeloze mogelijkheden om logo’s en teksten te communiceren, maken onze verpakkingen uniek. Wat wij leveren, kan uit geen enkel ander materiaal worden vervaardigd.”

Erwin Fontaine: "Wat wij leveren, kan uit geen enkel ander materiaal worden vervaardigd.”

De productie vindt plaats in Barneveld, waar wekelijks duizenden verpakkingen van de band rollen, en verder in Maleisië (“Onze eerste grote fabriek”), Amerika en sinds vorig jaar zomer ook in Tsjechië. “Daar draaien we inmiddels ook alweer 24 uur per dag, 7 dagen per week. Aanvankelijk produceerden we veel onder licentie, maar inmiddels hebben we alles in eigen beheer”, vertelt Groenveld. Verspreid over de verschillende continenten werken meer dan vijfhonderd mensen bij PaperFoam, van wie zo’n honderd in Barneveld. Een van de grote uitdagingen is om personeel op het gewenste kennisniveau te krijgen, om de kwaliteit en de productie te kunnen waarborgen. “Hiervoor hebben we onze eigen Academy opgericht, waar jonge medewerkers – onder andere biologen en food-experts - zich specialiseren in het bedrijf. We zijn altijd vanuit allerlei disciplines op zoek om onze verpakkingen nog duurzamer en breder inzetbaar te maken”, aldus Groenveld. 

PaperFoam in KIDV-webcast vol verpakkingsinnovaties

PaperFoam was op donderdag 10 juni 2021 een van de deelnemers aan de webcast ‘Innovatief en duurzaam verpakken’ van het KIDV. Hierin stonden verpakkingsinnovaties centraal, zoals de biologisch afbreekbare eierdozen die PaperFoam maakt voor het merk Rondeel en Kipster. Hiervoor wordt zetmeel uit zijstromen van de frites- en chips-productie opgewerkt naar een verbeterde standaard in duurzaamheid, dankzij de maximale herbruikbaarheid en minimale verspilling van de biobased en hernieuwbare grondstoffen.

Klik hier om de webcast te bekijken.

 

In de eerste episode van het bestaan, tot zo’n vijf jaar geleden, vonden de verpakkingen van PaperFoam vooral aftrek in de zogeheten consumer electronics markt. Denk aan toetsenborden, cd-hoesjes, elektrische tandenborstels, koptelefoons, stekkers en snoeren, maar ook smart watches en thermostaten. Veel klanten huisden in Silicon Valley. “Door ons dichtbij die klanten te vestigen, werd het makkelijker om deals te sluiten. Vandaar onze kantoren in San Francisco en New York. Je zit dan ook meteen dichtbij de studio’s die de verpakkingen ontwerpen. Het is belangrijk om vroeg in het proces aan tafel te zitten”, zegt Fontaine. Duurzaamheid was in die tijd overigens helemaal geen factor voor bedrijven om voor PaperFoam te kiezen. “Ons materiaal is ook duurder dan kunststof of karton, maar prijstechnisch waren we interessant als bedrijven de total cost of ownership meenemen, waaronder ook de milieu-impact, assemblagekosten et cetera.”

“Vijf jaar geleden hebben we onze focus ook naar andere markten verlegd. Je wilt als bedrijf niet van hoofdzakelijk één sector afhankelijk zijn. Bovendien zijn er tal van andere sectoren die snakken naar duurzame verpakkingen. Sinds de vliegvelden vanwege corona dicht zijn, zijn daar bijvoorbeeld nog maar heel weinig electronics verkocht. Ook merken wij dat onze klanten er last van hebben dat de microchips momenteel schaars zijn, wat zijn weerslag heeft op de wereldwijde productiecijfers. Voor de continuïteit was het dus goed om andere markten aan te boren. Verpakkingen zijn overal en overal is ook plastic. Noem één sector waar géén plastic wordt gebruikt. Dat willen wij eigenlijk gewoon allemaal vervangen. Daar kwam bij dat ondernemingen in de afgelopen jaren op zoek gingen naar duurzame alternatieven om hun CO2-uitstoot te verminderen.” Het resultaat is dat inmiddels ook eieren, cosmetica, cadeaubonnen, medicijnen, bloembollen en vele andere producten in PaperFoam worden verpakt.

Lage CO2-footprint

De duurzame eigenschappen van de verpakkingen zitten om te beginnen in het gebruik van biobased, hernieuwbare grondstoffen. Bij de productie zelf is het gebruik van energie en water relatief marginaal, in vergelijking tot de productie van andere verpakkingen. Onder de streep levert dit zo’n 60 tot 90 procent lagere CO2-footprint op. Hierin is ook meegerekend dat de verpakkingen licht van gewicht zijn, wat scheelt in de CO2-uitstoot van transport. “Maar het mooiste van ons materiaal is dat de consument verschillende opties heeft om de verpakking na gebruik weg te gooien: bij het oud papier, als dat in jouw land ten minste goed wordt gerecycled, maar het is ook volledig afbreekbaar en composteerbaar. Als consument kun je het dus niet fout doen”, zegt Fontaine. “Weggooien bij het oud papier heeft overigens wel onze voorkeur, want dan kunnen de papiervezels er weer uit worden gehaald en opnieuw gebruikt. Maar zelfs als PaperFoam onverhoopt op straat belandt, kan het geen kwaad. Het materiaal valt binnen enkele uren uiteen en vergaat in zo’n vijf weken. Er komt geen microplastic in het milieu en het zal nooit onderdeel van de plastic soep worden.”

Roel Groenveld (rechts): "Communicatie kan soms best moeilijk zijn, maar toch niet onmogelijk?"

 

“Mooier kunnen we het product echt niet maken”, zegt Groenveld stellig. Maar ondanks de certificaten die PaperFoam erbij aanlevert over de recyclebaarheid van de verpakkingen, zorgt juist de eindfase voor hoofdbrekens. Het product past zoals eerder al gezegd technisch en/of economisch niet in de systemen van de Nederlandse papier- en afvalverwerkers, waardoor ze volgens de geldende weggooi-instructies bij het restafval moeten worden afgedankt en dus in de verbrandingsovens eindigen. Discussies gaan bijvoorbeeld over de hoeveelheid zetmeel die een risico vormt voor de papiermolen. Groenveld: “Dat percentage halen wij echter bij lange na niet. Was het maar waar, dan zouden wij héél véél PaperFoam verkopen. Maar die markt is er niet, ook niet internationaal. Wij snappen overigens goed dat het aantal papiervezels in onze verpakkingen gering is, wat de verwerking voor de papierrecycling economisch minder interessant maakt. Maar daar hoeft niet de hele keten onder te lijden.”

Kritisch – krom

Ook de composteerders zijn kritisch op PaperFoam, zoals ook op andere composteerbare producten, omdat die de gft-stroom te veel vervuilen. “Maar als we naar de huidige praktijk van het industrieel composteren kijken, vinden wij het heel krom wat nu wél en wat níet bij het gft mag worden ingezameld. Ook uit onderzoek van Wageningen University & Research blijkt duidelijk dat composteerbare verpakkingen in composteringsinstallaties helemaal geen problemen opleveren. Het is gecertificeerd biobased en biologisch afbreekbaar en zelfs uitermate geschikt als compost.” Nog weer een ander argument in de discussie, is dat het voor consumenten lastig is om het verschil te zien tussen PaperFoam- en andere plastic of bio-afbreekbare verpakkingen. Het is daardoor moeilijk te communiceren bij welk afval de ene of de andere verpakking moet worden weggegooid. En hoe verwarrender afvalscheiding is voor consumenten, hoe meer de stromen vervuilen. Groenveld: “Communicatie kan soms best moeilijk zijn, maar toch niet onmogelijk? Met meer regie en sturing, liefst op Europees niveau, moeten we consumenten toch duidelijk kunnen maken welk materiaal in welke afvalbak moet? In onze verpakking kunnen we dergelijke instructies in elk geval gedetailleerd kwijt.”

Waarom lukt het nu (nog) niet om die eindfase te optimaliseren en in de toekomst misschien wel? “Die eerste vraag stellen wij onszelf natuurlijk ook. Een deel van het antwoord zit in de grote verscheidenheid van toegepaste materialen én in de combinaties van materialen die bedrijven voor hun verpakkingen gebruiken: broodzakken van plastic én papier of laminaten met laagjes verschillende kunststoffen, die de fase van een product totdat het afval wordt weliswaar duurzamer maken, maar daardoor de sortering en recycling bemoeilijken. Inmiddels zien we alweer een beweging naar de toepassing van meer mono-materiaal en is er steeds meer aandacht voor design for recycling.”

Reële prijzen?

Al is er veel méér nodig. Groenveld en Fontaine sommen op: ”Om te beginnen duidelijkheid. Want ja, het is lastig om consumenten te informeren als in Barneveld een ander inzamelsysteem bestaat dan in Emmen, laat staan in Frankfurt of Milaan. De producenten en de verwerkende industrie moeten voor meer eenduidigheid zorgen. De overheid mag daar best meer regie op voeren. Verder zijn we ook heel erg toe aan een reële prijs voor duurzame materialen versus niet-duurzame materialen. De milieu-impact moet deel van die prijs uitmaken: wat kost afval als het in de oceaan terechtkomt, als het niet wordt gerecycled of uit een niet-hernieuwbare bron wordt geproduceerd? Reële prijzen stimuleren de verwerkende industrie om van goedkope en vervuilende alternatieven af te gaan. Hoe meer duurzame materialen worden gebruikt, hoe groter de economische noodzaak wordt om die te verwerken. Ook hier is regelgeving bij nodig. Alleen maar intenties uitspreken, dat is niet genoeg.”

In ons eentje krijgen wij geen systeemveranderingen tot stand’

“Het is goed als kritisch wordt gekeken of materialen daadwerkelijk goed recyclebaar of composteerbaar zijn. Maar als dat dan zo is, moeten andere partijen in de keten dat niet tegenhouden”, vinden Groenveld en Fontaine. Als relatief kleine marktpartij in verpakkingenland, bovendien uniek in zijn soort, beseffen zij dat de stem of macht van PaperFoam (nog) niet heel ver reikt. “In ons eentje krijgen wij geen systeemveranderingen tot stand. Maar we zien gelukkig dat bedrijven het voortouw nemen én dat consumenten steeds bewuster worden. Onze klanten vragen ónze hulp, omdat zij van consumenten commentaar krijgen over de hoeveelheid plastic die ze in hun verpakkingen gebruiken. Wij roepen iedere consument op om bedrijven daar op aan te spreken, want ze zijn er enorm gevoelig voor.”

Ook hier kan wetgeving een handje bij helpen. “Om bedrijven die níet voorop lopen mee te nemen in die beweging. Dat gebeurt te weinig, vinden wij. De Europese Unie moet dat beter regelen. Geen ratjetoe van verschillende regels overal, maar eenduidige systemen en afspraken. Wij dragen graag ons steentje bij om de bewustwording op alle plekken in de keten op een hoger niveau te krijgen. Dan is het niet nodig om ons werkelijk intrinsiek duurzaam materiaal af te schrijven vanwege de laatste fase, maar om juist naar de totale impact te kijken. Met technologische innovaties in andere sectoren en meer regie vanuit de Europese overheid kunnen we ook die laatste fase optimaal maken.”

PackForward: route naar intrinsiek duurzaam verpakken

Het KIDV muntte de term intrinsiek duurzaam verpakken (‘Verpakken zonder schade aan mens en milieu’) in de vorig jaar verschenen publicatie The State of Sustainable Packaging. Hierin geeft het KIDV een strategische kijk op de benodigde samenwerking én innovaties op het gebied van duurzaam verpakken. In het document worden dertien knelpunten geanalyseerd die duurzaam verpakken in de weg staan. Om ze aan te pakken heeft het KIDV een strategie met drie innovatiesporen opgesteld: 1) meer en betere recycling, 2) circulariteit en 3) intrinsiek duurzaam verpakken.

Met The State of Sustainable Packaging geeft het KIDV een aanzet tot internationale samenwerking met gelieerde partners in het buitenland en internationale kennisinstellingen, gericht op het informeren en ondersteunen van het internationale bedrijfsleven. De roep om internationale afstemming en beleid op het gebied van verpakkingen is immers groot. ‘The State’ werd in september 2020 aan de buitenwereld gepresenteerd tijdens een webcast met bijdragen van Root (VK), Veolia, Unilever, TU Twente en Terracycle (VS).

Tijdens deze webcast is PackForward gelanceerd, een Europese beweging voor duurzame verpakkingen. Naast het KIDV zijn Grønt Punkt Norge uit Noorwegen en het Belgische Valipac en FostPlus de co-founders van dit netwerk. Het platform verbindt stakeholders in de Europese verpakkingsketen met elkaar. Op dit moment telt Pack Forward acht deelnemers. Ook PaperFoam heeft zich aangesloten. “Onze verpakkingen zijn al intrinsiek duurzaam, maar we lopen ermee tegen de grenzen van de huidige systemen voor afvalverwerking aan. Samenwerking en kennisdeling op Europees niveau zijn nodig is om de benodigde veranderingen in gang te zetten. PackForward biedt een platform om samen aan oplossingen te werken”, aldus Roel Groenveld van PaperFoam.

De Packforward-website geeft een ​​overzicht van belangrijke thema's die van invloed zijn op de duurzaamheid van verpakkingen: van het productieproces en het gebruik van product-verpakkingscombinaties tot en met de afvalfase. Daarnaast geeft Packforward een overzicht van Europese onderzoeksinstellingen, netwerkorganisaties en hun projecten.

Klik hiervoor meer informatie en aanmelden.